Dutch Hymn A-I


1. Ga mij niet voorbij, o Heiland ga mij niet voorbij!
Wijl Gij and’ren zegent, Heiland! Zegen nu ook mij.


KOOR:
Jezus,Heiland, wees mij nu nabij!
Wijl Gij and’ren zegent, Heiland,
ga mij niet voorbij!


2. Voor Uw troon geknield, o Heiland, bid ik in ‘t geloof!
Doe mij troost en uitkomst vinden, houd u niet als doof!


3. Op Uw zoenbloed pleit ik, Heiland, voor des Vaders troon;
daar wilt Gij mijn Midd’laar wezen. Hoor mij, Gij. Gods Zoon!


4. Gij zijt al mijn troost, o Heiland! Ja, mijn troost geheel;
in de hemel en op aarde blijft Gij steeds mijn deel.

 



Groot is uw trouw, o Heer,
mijn God en Vader.
Er is geen schaduw van omkeer bij U.
Ben ik ontrouw, Gij blijft immer Dezelfde
die Gij steeds waart,
dat bewijst Gij ook nu.


Refrein
Groot is uw trouw, o Heer,
groot is uw trouw, o Heer,
iedere morgen aan mij weer betoond.
Al wat ik nodig had, hebt Gij gegeven.
Groot is uw trouw, o Heer, aan mij betoond.


Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden,
en uw nabijheid, die sterkt en die leidt:
Kracht voor vandaag,
blijde hoop voor de toekomst.
Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.

 

 


Grote God wij loven U


Grote God, wij loven U,
Heer, o sterkte aller sterken!
Heel de wereld buigt voor U
en bewondert uwe werken.
Die Gij waart te allen tijd,
blijft Gij ook in eeuwigheid.


Alles wat U prijzen kan,
U, de Eeuwge, Ongeziene,
looft uw liefd’ en zingt ervan.
Alle englen, die Udienen,
roepen U nooit lovensmoe:
‘Heilig, heilig, heilig’ toe!