Zingen Wij van Zijn Liefde Nog Eens
1. Zingen wij van Zijn liefde nog eens,
Van de liefde, die nimmer vergaat,
Van het Bloed van het Lam eens geslacht,
Tot de heerlijkheidsure ons slaat.
Refrein:
Ik geloof: Jezus redt!
En Zijn Bloed maakt mij witter dan sneeuw!
Ik geloof: Jezus redt!
En Zijn Bloed maakt mij witter dan sneeuw.
2. Er is reiniging voor iedereen,
Die geloovig zich werpt in dien vloed.
Er is volle verlossing en heil,
Die men zeker verkrijg door Zijn Bloed.
3. Reeds nu, van de zonde verlost
Hebben wij volle vreugde in Hem;
Doch heerlijker is het omhoog,
Daar rijst, Hem ter eer, onze stem.
4. Dies gaan wij nu voort tot den strijd,
In gehoorzaamheid aan Zijn Woord,
Tot waar Hij tehuis ons ontvangt
En het vredelicht immer gloort.
5. Met wapp’rende vaandels vooruit;
Onze leuze is: heiligheid!
De kroon blinkt ons toe in ’t verschiet
Bij den Koning der heerlijkheid.
1. Zoals ik ben ‘k heb anders niet,
dan ’t offer ook voor mij geschied
en dat U zelf mij roepen liet,
o Lam van God, ik kom, ik kom.
2. Zoals ik ben niet meer gewacht,
of ‘k iets vermag in eigen kracht,
tot U die alles hebt volbracht.
O Lam van God, ik kom, ik kom.
3. Zoals ik ben ofschoon altijd,
in twijfel, in opstandigheid,
van binnen vrees, van buiten strijd.
O Lam van God, ik kom, ik kom.
4. Zoals ik ben, ontvangt U mij,
verwelkomt, reinigt, spreekt U vrij,
daar ik op uw beloften pleit.
O Lam van God, ik kom, ik kom.
5. Zoals ik ben – Uw liefde, Heer’,
wierp elke hinderpaal terneer
– om slechts te zijn van U, o Heer’,
O Lam van God, ik kom, ik kom.
6. Opdat in mij Uw liefde blijkt,
zo hoog, zo diep, zo vol, zo vrij,
nu hier, straks bij U in uw rijk,
O Lam van God, ik kom, ik kom.