Dutch Hymn J-P

Mijn Jezus, Ik hou van u


Mijn Jezus ik houd van U,
ik noem U mijn vriend.
Want U nam de straf op U
die ik had verdiend.
De grote Verlosser,
mijn Redder bent U;
`k Heb van U gehouden,
maar nooit zoveel als nu.


Mijn Jezus, ik hou van U,
want U hield van mij.
Toen U aan het kruis hing,
een wond in uw zij.
Voor mij de genade,
de doornenkroon voor U;
`k Heb van U gehouden,
maar nooit zoveel als nu.


Ik zal van U houden
in leven en dood.
En ik wil U prijzen,
zelfs dan in mijn nood.
Als ik kom te sterven,
dan roep ik tot U;
`k Heb van U gehouden,
maar nooit zoveel als nu.


Als ik in uw glorie ,
uw heerlijkheid kom,
dan buig ik mij voor U,
in uw heiligdom.
Gekroond met uw heerlijkheid,
zal `k zingen voor U;
`k Heb van U gehouden,
maar nooit zoveel als nu.

https://youtu.be/ojy50pQCfQQ

 



Nader, nog nader, U meer nabij:
Houd mij, o Heiland, steeds dicht aan Uw zij;
Slechts aan Uw boezem ben ik gerust,
Gij brengt mij veilig naar d’ eeuwige kust.


Nader, nog nader, ‘k breng niets, o Heer,
Dan mijne zonden; gedenk ze niet meer!
‘k Pleit op Uw offer, ‘k werp m’ aan Uw voet,
Reinig, o Heiland, mij gans door Uw bloed.


Nader, nog nader, Heer, ik ontvlied
Alles, wat ‘t leven mij zonder U biedt.
Kost m’ ook Uw dienst bespotting of pijn,
Toch wens ‘k voor eeuwig Uw volg’ling te zijn.


Nader, nog nader, na zorg en strijd
Wacht mij de rust, door Uw liefde bereid
Wat ook gebeure, ‘k nader steeds meer,
Jezus, mijn Heiland, kom haastig o Heer!

 



1.Neem mijn leven, laat het, Heer,
toegewijd zijn aan uw eer.
Maak mijn uren en mijn tijd
tot uw lof en dienst bereid.


2.Neem mijn handen, maak ze sterk
door uw liefde tot uw werk.
Maak, dat ik mijn voeten zet
op de wegen van uw wet.


3.Neem mijn stem, opdat mijn lied,
U, mijn Koning, hulde bied’.
Maak, o Heer, mijn lippen rein,
dat zij uw getuigen zijn.


4.Neem mijn zilver en mijn goud,
dat ik niets daarvan behoud’.
Maak mijn kracht en mijn verstand
tot een werktuig in uw hand.


5.Neem mijn wil en maak hem vrij,
dat hij U geheiligd zij.
Maak mijn hart tot uwe troon,
dat, o Heer, uw Geest er woon’.


6.Neem ook mijne liefde, Heer;
‘k leg voor U haar schatten neer.
Neem mij zelf, en t’ allen tijd
ben ik aan U toegewijd.